Een kwestie van prioriteit

Uit Festivalblad Oorsprong "1914 een eeuw later" november, 2014.




In augustus 1914 reisde Mondriaan van Parijs naar Nederland om zijn zieke vader op te zoeken. Kort daarna brak de Eerste Wereldoorlog uit en zat Mondriaan gevangen in de provincie Nederland. Hij was naar Parijs vertrokken om een kunstenaar van wereldformaat te worden; nu ging hij, wachtend op betere tijden, naar Domburg en Laren, twee dorpen waar in 2014 nog steeds geen treinstation is.

En daar, onttrokken aan de grote gebeurtenissen van zijn tijd, vond hij het spoor dat leidde tot zijn erkenning als de grote meester van de twintigste eeuw.

Zou hij dat spoor ook hebben gevonden als hij meteen terug naar Parijs was gegaan? Mondriaan heeft, zo ver ik weet, nooit iets lelijks gemaakt. Zijn “Tableau II, compositie in ovaal” uit 1913, net als “Tableau III: compositie in ovaal” uit 1914, behoren tot de verfijnde hoogtepunten van het toen hoogmodieuze Parijse kubisme. Alles dat uit zijn handen kwam is prachtig. Maar het meest van hém zijn de werken waarin hij, afgesloten van het wereldtoneel, zijn droom van absolute harmonische verhoudingen realiseerde. Zijn eigen overtuiging was dat die zowel op de kunst als op het leven van toepassing waren. Hoe dat laatste zou moeten bleef de vraag. Maar niemand zal het Mondriaan kwalijk nemen dat zijn model voor de ideale werkelijkheid eigenlijk nogal vaag was.

Na de oorlog van 1914-1918, en nog meer na de oorlog die daarop volgde, werd het ernst met het engagement in de kunst. En de erfenis daarvan galmt anno 2014 nog steeds door het discours: hoe maak je kunst die zich kan meten met de catastrofes, de grote omwentelingen van onze tijd? Eet-kunst, praat-kunst, verander-kunst. Alles kan kunst worden, als het maar een boodschap draagt. De veiligste weg naar succes in de hedendaagse kunst is geplaveid met meningen over migratie, corruptie, vervuiling, het grote kwaad.

Maar de actieve koppeling tussen kunst en de grote chaos daarbuiten is een precair spel. Het vergt een buitengewone begaafdheid, en heel veel smaak, om je daaruit te redden. Mondriaan kwam er mee weg, met talent, een beetje toeval, en ook omdat hij zijn prioriteiten scherp in de gaten hield. Hetzelfde zie je anno 2014 bij Ai Wei Wei. Alles wat die man maakt is mooi; poëtisch zoals kunst moet zijn om langer dan tien jaar te overleven. Hij weet waar hij tegen is, en hij weet welke kunst hij wil maken. Maar wat voor wereld staat hem precies voor ogen? Dat is, net als bij Mondriaan, nogal vaag. Niemand zal het hem kwalijk nemen.