Geestgronden

De komende jaren zullen psychiatrische inrichtingen op landgoederen in hoog tempo veranderen in woonwijken, villaparken en bedrijventerreinen. Gaat een eeuw psychiatrische geschiedenis geruisloos ten onder in uitdijende suburbs, of blijft in de nieuwe buurten nog iets voelbaar van de tijd en de plaats waar de behandeling van de waanzin tot bloei kwam? Een verkenning langs de binnenduinrand.

Vanuit de kern van Noordwijkerhout loopt een weg naar de duinen. Hij begint bij een gesticht, St. Bavo, voert dan als landweg door de bollenvelden en passeert even voordat hij de duinrand bereikt een tweede gesticht. Boven een gloednieuwe poort prijkt met sierletters in boogvorm de naam: Sancta Maria. Het gesticht is in 2006 gesloten en verkocht aan projectontwikkelaar Bpd, het vroegere Bouwfonds. Die zag in deze plek, op enkele minuten lopen van de duinen, een uitgelezen kans voor de bouw van een luxe woonwijk. Toen kwam de vastgoedcrisis en werd het stil op Sancta. Maar de ontwikkelaar zat niet stil. Hij liet plannen tekenen, planologische procedures starten en zorgde dat hij in de startblokken stond zodra de woningmarkt zou aantrekken. Nu worden er weer bezichtigingsdagen georganiseerd. Het oude spijlenhek van verzinkt staal heeft plaats gemaakt voor fraaie gemetselde pijlers met gefrijnde hardsteen. Het nieuwe sierhek kan eventueel elektronisch worden gesloten. Een gated community dus? De poort kàn dicht, maar volgens de makelaar zal dat niet vaak gebeuren. Dat is niet praktisch bij zoveel woningen. Het bouwsel lijkt vooral symbolisch bedoeld, een attribuut van exclusiviteit ontleend aan adellijke landgoederen.

een enclave van welgestelden

Hoewel de bouw nog grotendeels op gang moet komen is de beoogde sfeer al voelbaar. Voorbij de poort kom je op een ruime dreef die op koninklijke afstand voorbijgaat aan statige, weids gelegen paviljoengebouwen. De grauwe betonverharding van de vroegere gestichtsweg is vervangen door kleurige baksteen. Historiserende straatlantaarns hebben de plaats ingenomen van goedkope bolarmaturen uit de jaren zeventig. De gazons zijn gezuiverd van wildgroei. De projectontwikkelaar heeft zijn best gedaan de utilitaire sjofelheid van de standaard-gestichtsomgeving om te toveren tot een ideale ambiance voor “Waardevol Wonen in Noordwijk”, zoals zijn billboard belooft. Dit moet een exclusief woonlandgoed worden, een weelderige enclave voor welgestelden ‘met behoud van het goede van vroeger’. Dat laatste betreft dan vooral het uiterlijk van de paviljoengebouwen. Op het uitgestrekte terrein staan er vijf in slagorde rond een hoofdgebouw met aangebouwde kapel. Ze kijken allemaal dezelfde kant op: landinwaarts, met de duinen en de zee in de rug. Gebouw Paulus – de paviljoens dragen allemaal heiligennamen - is grondig schoongemaakt en verbouwd tot zeven ‘historische herenhuizen’. Onder het grauwe geveloppervlak kwam een fraaie okeren steen tevoorschijn. Met zijn uitstekende middenpartij en hoekgebouwen lijkt Paulus een klein paleis. On-Nederlands is het woord voor deze stoere symmetrische woningarchitectuur, ontworpen door de Haarlemse architect Jos Bekkers. In Paulus is een modelwoning ingericht die elke zaterdag kan worden bekeken. De afmetingen zijn zeer royaal; een gemiddeld rijtjeshuis past er drie keer in. Ze kosten tussen €325.000 en €575.000 in casco-staat. Voor de afwerking komen daar nog enkele tonnen bij. Het hoofdgebouw en de oude paleisachtige paviljoenen vormden de kern van het gesticht, en vandaag van het landgoed. Ook de kapel blijft bestaan, als culturele ontmoetingsplaats. Kapel is een klein woord voor iets wat rustig een kerk mag heten: een neogotisch gebouw met hoge ramen en wanden die ooit overdekt waren met schilderingen. Vandaag zijn de gewelven stemmig blauw geschilderd. Het gebouw vormt het hart van het terrein. Dichter bij de ingang ligt het gebouw Paulus, waar ooit ‘de rustigen’ werden gehuisvest. Er achter het gebouw Bernadette, voor ‘de half-rustigen’. Ooit lag daar ook het beruchte paviljoen Jeroen, genoemd naar Sint Jeroen, de eerste pastoor van Noordwijk die in 856 door de Noormannen werd doodgeslagen. Daar sleten de onrustige vrouwen hun dagen onder een regime van spanlakens, natte lappen en koude baden; medicijnen waren er nog niet in 1930, toen de inrichting werd geopend. Rond deze kern met grote gebouwen is een zee van kavels gepland die naar eigen smaak kunnen worden bebouwd met landhuizen. Zij worden ontsloten via een eigenaardig, labyrintisch wegenplan.

hereniging

De verkoop van die kavels wil nog niet zo goed vlotten, en op dat probleem heeft de projectontwikkelaar een origineel antwoord bedacht. In plaats van de geschiedenis weg te schoffelen onder een dikke laag modern comfort, organiseerde Bpd voor Sancta Maria het tegendeel: een reünie. Meer dan vijfhonderd mensen hebben zich gemeld op de uitnodiging op de dertigste mei. Dat aantal had zich makkelijk verdubbeld als de gastheer, projectontwikkelaar BPD, de inschrijving niet om veiligheidsredenen had gesloten. De reünie is nog maar een begin. ‘We gaan ook lezingen en tentoonstellingen organiseren over ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg’, zegt locatiemanager Sander Pieterse. ‘Daarmee hopen we artsen en psychologen te bereiken en hen te interesseren voor het gebied.’ Voorlopig lijkt de strategie succesvol: de kapel op het terrein van voormalige psychiatrische inrichting Sancta Maria in Noordwijkerhout is op 30 mei stampvol. Van de duizend patiënten die hier in de hoogtijjaren werden gehuisvest zijn er vandaag misschien ook enkele aanwezig, maar de meeste bezoekers aan de reünie hebben hier gewerkt. Tientallen jaren lang. In de schoonmaak, de verpleging, als kok, verzorgster, muziektherapeut, timmerman, tuinman, geneesheer, non. ‘Sancta Maria was een belangrijke werkgever in Noordwijkerhout’, vertelt Sander Pieterse. ‘Het dorp was sterk verbonden met de psychiatrische inrichtingen.’ De projectontwikkelaar wil dat feit in ere houden. ‘Het goede van vroeger borgen’, zoals Pieterse het in zijn welkomstwoord formuleert, en ook: ‘Sancta krijgt een nieuw hart’. Maar die woorden gaan verloren in het oorverdovende feestgedruis. Vooralsnog worden de nieuwe idealen overstemd door de herinnering aan de geschiedenis van deze rijke en zwaarbeladen plek.

De geschiedenis

Sancta Maria werd in 1928 gebouwd op een lage duinrug in de open strandvlakte. De goede bouwgrond werd door de initiatiefnemer, de Congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria uit Gent, gekocht van de Noordwijkse grootgrondbezitter jonkheer Jan Hugo Gevers. De zusters hadden een goede reputatie op het gebied van de krankzinnigenzorg in België en Zuid-Nederland, waar zij onder meer psychiatrische ziekenhuizen in Sint Truiden en Venray bedienden. Wat begon als een sobere katholieke instelling groeide in korte tijd uit tot een volledig zelf-voorzienende inrichting, met een eigen boerderij, slagerij, bakkerij, een technische dienst, een toneelvereniging, koor en zelfs een jaarlijkse kermis met eigen draaimolen. Duizenden mensen vonden hier werk, vaak uit de omgeving. En niet te vergeten duizend patiëntes leefden hier, verspreid over zeven paviljoens. Decennia lang was het Gesticht voor krankzinnige vrouwen, zoals het bij aanvang heette, een eiland dat geheel op eigen kracht draaide. En werden kinderen geboren en er was een eigen kerkhof. Voor de buitenwereld was het alleen bereikbaar via een eenzaam zandpad, de huidige Langevelderlaan, waar het volgens de verhalen niet pluis was. ’s Avonds heerste, kilometers in de omtrek, een diepe duisternis.

Sancta Maria was een vrouwengesticht. Voor mannelijke patiënten was er St. Bavo, het andere eveneens katholieke krankzinnigengesticht van Noordwijkerhout. St. Bavo was al in 1915 gebouwd in opdracht van de Broeders van Liefde uit Gent, eveneens door vader en zoon Bekkers. Ook het St. Bavo-terrein is verkocht aan een ontwikkelaar. Ook hier is een woonwijk gepland, maar met een hogere woningdichtheid en meer gemengde bevolkingssamenstelling dan op Sancta Maria.

Sancta Maria en St. Bavo zijn er twee uit een reeks van psychiatrische inrichtingen, sommige nog actief, de meeste verlaten, die tussen 1850 en 1930 zijn gesticht langs de binnenduinrand. Je vindt ze van Kijkduin tot Heiloo. Vaak namen ze bezit van een oud landgoed. Voor stichting van een landgoed waren de binnenduinrand en de verder landinwaarts gelegen strandwallen al eeuwen gewilde plekken. Landschappelijk zijn het grensmilieus, hoge droge gronden grenzend aan venige strandvlakten met zuiver kwelwater. Het landhuis werd door de duinen beschut tegen de westenwind. Het grensmilieu was aantrekkelijk als wandel- en jachtgebied.

De Krankzinnigenwet van 1841 verordonneerde dat geesteszieken in aparte gestichten werden verpleegd. Daarvóór sloot men ze op in dolhuizen en gewone gevangenissen. De wetgever bepaalde dat ze moesten worden behandeld met het oog op genezing. De psychiatrie werd een volwaardige wetenschap, en de psychiatrische inrichting de plaats waar de nieuwe wetenschap haar kennis vergaarde en toepaste. De eerste Psychiatrische Ziekenhuizen stonden in universiteitssteden als Amsterdam, Groningen, Utrecht en Leiden, maar de exodus naar plattelandslocaties zette al vroeg in. De stilte van de natuur was bevorderlijker voor genezing dan de nervositeit van de stad, dacht men. In plaats van vastgezet werden zenuwlijders beziggehouden, in werkplaatsen en moestuinen. Door regelmatige werkzaamheden zouden de ‘onrustigen’ hun energie kwijt kunnen, de ‘droefgeestigen’ hun somberte vergeten. Wandelen in de natuur werd heilzaam geacht voor het zieke gemoed. In de praktijk was er ook een ander motief voor die afzondering werkzaam. ‘Er was veel schaamte, zeker vroeger. Mensen werden hier naartoe gebracht door familieleden omdat ze niet langer te hanteren waren. Kinderen, moeders, zussen, tantes. Mensen wilden niet weten dat ze er zo één in de familie hadden.’ Zulke patiënten werden door het thuisfront volstrekt aan hun lot overgelaten. ‘Sowieso kwam er weinig bezoek. Het was afgelegen. En dat was niet alleen omdat het beter was voor de patiënten.’ Aan het woord is Soeur Angelo, de enige non op de reünie, een opgewekte vitale vrouw van in de zeventig, met kortgeknipt grijs haar, in een helblauw mantelpak. Ze verliet het gesticht in 1984 en verhuisde naar Eindhoven waar ze in de gewone verpleging ging werken.

Afzondering, arbeid en structuur

Het oudste Nederlandse gesticht aan de binnenduinrand is gebouwd door de befaamde landschapsarchitect J.D. Zocher jr : Meerenberg in Bloemendaal, een voormalig landgoed dat helemaal werd omgevormd voor de behandeling van psychiatrische patiënten. Zowel gebouw als park zijn van zijn hand. Hij tekende een reusachtig carrévormig ziekenhuis in classicistische baksteenstijl. Het carré werd doorsneden door een lange middencorridor, die de mannen- van de vrouwenhelft scheidde. Daarbuiten schiep hij een park in landschapsstijl, met kronkelende waterlopen, vijvers, boomgroepen en slingerpaden. Meerzicht, de oorspronkelijke villa met koetshuis, werd de woning van de geneesheer-directeur. Meerenberg was een modelgesticht. Het moest een voorbeeld worden voor andere nog te bouwen gestichten. In 1849 opende het zijn deuren, en al binnen enkele jaren moest het worden uitgebreid met extra vleugels. In 1856 woonden hier vijfhonderd patiënten, verdeeld over vierentwintig afdelingen, elk met een eigen tuin. De leidraad ‘no restraint’, geen dwangmiddelen, was door prof. Everts, de eerste geneesheer-directeur van Meerenberg, overgenomen van Engelse instellingen die hij had bezocht. De behandeling was een ‘moral treatment’, geen detentie maar opvoeding, gericht op zelfbeheersing en zelfrespect. Boven de middenpartij van het hoofdgebouw prijkt een klok, die symbool stond voor de kern van het programma: vaste dagindeling en arbeidstherapie. Die aanpak sloeg aan. In de bloeitijd verbleven hier duizend patiënten. Maar ook op Meerenberg was de vrijheid van het gestichtsleven betrekkelijk. Afzondering, arbeid en structuur: dit trio bepaalde de nieuwste opvattingen over psychiatrie van het midden van de negentiende eeuw. Het gestichtsleven werd ingesnoerd door geboden en verboden, en dat zou nog lang zo blijven. Men had geen eigen kamer, sliep op zaal, leefde permanent in gestichtskleding. Wie na een half jaar behandeling nog in het gesticht zat, kwam er waarschijnlijk nooit meer uit. Pas honderd jaar later won de opvatting veld dat psychiatrische patiënten baat konden hebben bij meer contact met de buitenwereld.

Ommekeer

Het moment waarop dat inzicht begon te dagen is tijdens de reünie op Sancta Maria goed te zien en te horen. In de zijbeuk worden films en dia’s vertoond uit de tijd dat het gesticht nog functioneerde. Die filmpjes tonen veel vrolijkheid uit een andere tijd, ontroerend en een beetje schrijnend. Heel jonge meisjes in witte schorten met kruisbanden, zwierend op een draaimolentje. Een optocht van patiënten en personeel, gearmd, stevig doorstappend over het terrein, vastbesloten om de vrolijke dag door niets te laten bederven. De bewegingen zijn wat hoekiger dan vandaag. Je vraagt je af of dat komt omdat het een andere tijd was, waarin mensen minder zelfbewust waren. Komt het door het enigszins schokkerige, ouderwetse opnamemateriaal? Of was dit een gestichts-loopje, van mensen die nooit de kans kregen om zich te spiegelen aan de grote wereld daarbuiten. Er werd veel in optocht gelopen over het terrein. Vanaf 1935 was er een jaarlijkse processie, het titelfeest van Sancta Maria, en de nonnen bewogen zich op vaste tijden in kolonne van en naar de kapel. Koningin Juliana is er ook geweest, in 1982. Tegen die tijd zijn de filmpjes in kleur, maar ze doen nog steeds ouderwets aan. Het zijn de kleuren van een schralere, flinkere wereld waarin de zwakzinnigenzorg nog grotendeels werd toevertrouwd aan een kleine groep nonnen, bijgestaan door een snel wisselend legertje achttienjarige meisjes in witte schorten, die bang waren voor de geluiden uit Jeroen en de nonnen onderling gniffelend pinguins noemden. ‘Ze mochten niet veel praten’, zegt Jeanne Stevens op vertrouwelijke toon. ‘Het was een half contemplatieve orde. Zoiets.’ Jeanne kwam in 1962 op haar zestiende als aspirant-verpleegkundige in Sancta werken. Ondertussen hadden die goede Zusters van de Liefde, volgens het blad van de oudheidkundige vereniging NoVaTo (Noordwijkerhout Van Toen) ‘veel gevoel voor recreatief bezig zijn.’ Dat recreatieve vond vooral plaats in het zusterhuis, waar in de jaren zestig elke zondag een dansavond werd gehouden. Dan werden de jongens uit de omgeving uitgenodigd, met alle denkbare gevolgen op een plek waar verder niets te beleven was en nooit iemand kwam. ‘Als je werd gesnapt werd je meteen voor je leven geschorst.’ ‘Je kon een beoordeling krijgen waarop stond dat je ‘onafhankelijk’ was’, zegt Jeanne. ‘Dat was niet positief bedoeld.‘ ‘Het was een volledig andere tijd’, beaamt haar oud-collega Connie van der Lem. ‘De stoelen en banken zaten vastgeschroefd. Daar liepen de patiënten dan rondjes omheen, in van die gestichtskleding. Degenen die dat konden moesten helpen met allerlei taken, zonder betaling, hoor. Pas later kreeg je uitkeringen en de arbeidstherapie.’ Jeanne herinnert zich het moment waarop er nonnen begonnen uit te treden. ‘Die werden ’s nachts opgehaald met een taxi. In het geheim. Dat zag je dan als je nachtdienst had.’

Werkelijkheid

En hier opent zich even een kier naar de werkelijkheid die niet louter uit vrolijkheid en recreatief bezig zijn bestond, zelfs niet van een sobere, ouderwetse soort. ‘Er kwamen ook meisjes om een onwettig kind te krijgen’. Wat er met die meisjes naderhand gebeurde weet Soeur Angelo niet. Wel dat de baby’tjes enorm werden vertroeteld door de nonnen. ‘Tot die ook weggingen, natuurlijk.’ Eén van die kinderen schijnt op de reünie aanwezig te zijn. Wij hebben haar niet gesproken maar de zuster wel. ‘Ze vertelde dat ze een rotleven had gehad. Je was niemand, als je hier was geboren.’ Later is alles beter geworden. Daar is iedereen het over eens. Toen mensen echt meer vrijheid kregen, en het inzicht opkwam dat het ook voor mensen met een psychische stoornis beter is om zich in een zo normaal mogelijke omgeving te bewegen. Dit inzicht, eenmaal gerezen, bracht een omgekeerde exodus op gang. St. Bavo liep daarin voorop. Patiënten kregen sinds de jaren zeventig een eigen kamer in Beschut Wonen-projecten waar ze onder begeleiding in kleine groepen samen het huishouden deden. De term patiënt maakt plaats voor cliënt of bewoner. Het nieuwe beleid in de geestelijke gezondheidszorg propageert behandeling van patiënten in of dicht bij de familie. In vrijwel alle steden zijn de afgelopen jaren huizen voor ‘beschermd wonen’ verschenen. Uiterlijk zijn ze niet van normale woningen te onderscheiden. Dit alles was niet mogelijk geweest zonder de ontwikkeling van moderne psychofarmaca, die stemmingswisselingen steeds beter beheersbaar maken.

Spreken of zwijgen

En zo kwamen steeds meer van de prachtige oude gestichtsterreinen, met hun markante, ruime bebouwing leeg te staan. Ze liggen in gebieden die normaal immuun zouden zijn voor enige bouwvergunning. Hier hebben projectontwikkelaars hun kansen gezien. Luxe woonmilieus, in het prachtige duingebied, en op een steenworp van de Randstad. De aspirant koper wordt verlokt met glanzende brochures vol juichende taal: ‘Waardevol wonen in Noordwijk’ (Sancta Maria), ‘Buiten wonen nabij bos en zee’ (Duin en Bosch), ‘de mooiste woonlocatie van Nederland’ (Meerenberg). Het midden- en hogere marktsegment wordt aangesproken. Dat is niet erg, het past in een trend van hergebruik en herbestemming die al een tijdje aan de gang is. Maar er is een opvallend verschil met de meeste andere van dergelijke projecten, watertorens, kerken en abdijen: het verleden van deze plekken blijft in vrijwel alle gevallen onbesproken. Maar zouden aspirant kopers echt niet geïnteresseerd zijn in de wereld der ‘halfrustigen en woeligen of rondsluipende bezetenen’, zoals Hans Tentije ze noemde in zijn gedicht over Meerenberg? Zouden zij immuun zijn voor een gedicht als ‘De idioot in het bad’ van Vasalis, die ooit in Meerenberg haar loopbaan als psychiater begon?

Ooit scheen de maan hier anders door de bomen. Willen we dat nog weten? Voor de meeste makelaars is het antwoord duidelijk: zwijg daarover, want het verkoopt niet. Deze makelaars lijden aan smetvrees waar het de veronderstelde gevoeligheden van hun cliëntele betreft. Zij beschouwen de naam van een gesticht als een vloek die transacties kan doorkruisen. Commerciële schaamte, die doet denken aan de schaamte van families met een geesteszieke. Ook de makelaars willen wat wegmoffelen. Soms gaan ze zo ver de naam van de plek te veranderen. Meerenberg is omgedoopt in ‘Park Brederode’. Op de website van dat Park worden woorden als inrichting en krankzinnige angstvallig vermeden. De nieuwe woningen op Duin en Bosch in Bakkum worden aan de koper gepresenteerd onder de naam ‘Nieuw Koningsduin’. Sjiekige namen die de moderne woonconsument moeten afschermen van de oorspronkelijke bestemming van deze oorden.

het nonnetje van Sancta

Maar kan dat überhaupt wel, in een omgeving die zozeer is verklonken met de geschiedenis van de opkomende psychiatrie in Nederland? Sander Pieterse van Bpd is er heel beslist over: ‘Het zou een verloochening van het verleden zijn als we het gesticht negeerden. Ik voel me een beetje het nonnetje van Sancta Maria. Ik ga verder met wat de zusters achterlieten. Er is een sombere kant aan gestichten maar je kunt er ook een positieve lading aan geven. In het openbare park kun je straks een rondje Sancta maken langs relicten van het gestichtsverleden.’ ‘Wel is het jammer dat de woningen zo duur zijn’, vindt Jeanne Stevens. ‘Daar kunnen mensen als wij toch niet wonen. Terwijl het hier oorspronkelijk juist bedoeld was als een plek waar iedereen terecht kon.’ Soeur Angelo bekijkt het van de positieve kant. ‘Er zijn zoveel miljonairs vandaag’, zegt zij. ‘Die huizen komen wel vol.’