Letters van vlees

'Ik denk in beeld.' Anthon Beeke

Letters zijn de meest dienstbare dingen die er zijn.

Stoelen en pannen zijn dat natuurlijk ook, net als nijptangen, maar die zijn nog tastbaar. Het zijn dingen. Letters zijn lege toevallige vormen met als enige functie om iets anders te dragen: een betekenis. In die functie zijn ze volstrekt ondergeschikt, meer nog dan tafels die een feestmaaltijd of een dagvaarding dragen. Die tafels behouden nog hun eigen persoonlijkheid. Hun vorm blijft, onder het document of de maaltijd, intact. Maar een letter verdwijnt in de betekenis die hij draagt. Hoe mooi je de letters ook maakt, een lelijke tekst blijft een lelijke tekst, en een prachtig gedicht blijft een prachtig gedicht ook al is het met hanenpoten op een wcdeur gekalkt. Dit is de tragiek van de letter.

Letters (en cijfers) hebben een vorm ondanks zichzelf. De regels van het spel zijn simpel en universeel: letters mogen elke vorm aannemen zodra ze nog leesbaar zijn, of in elk geval zodra hun betekenende functie nog intact is. Het is verbazingwekkend hoeveel vormen individuele letters (en cijfers; alles wat hier wordt gezegd geldt ook voor cijfers) toestaan.

Op dit alles, en op de ondanks zichzelf-heid van de lettervorm stoelt het principe van de handtekening . Handtekening-letters zijn zo mogelijk nog dienstbaarder dan gewone, omdat hier het bijproduct van de betekenis, de vorm, dient om wéér iets anders te dragen: de identiteit van de schrijver. Bij handtekeningen gaat het niet om de letters zelf, en zelfs niet om hun betekenis, maar om de manier waarop iemand ze op het papier heeft gegooid. De onwillekeurige lussen en haken de zo ontstaan, bepalen hun functie.

Toch hebben ook letters een geheim leven. Want het is niet zo dat de vorm van letters niets doet: een O is een ander soort teken dan een X, het brengt een andere sfeer, andere associaties met zich mee die onze hersens onwillekeurig registreren. Juist die willekeurig-onwillekeurige lussen en haken brengen een wereld aan mogelijkheden met zich mee, en dat maakt ze tot het ideale jachtterrein voor de beeldende geest. Dan is het ineens een zesentwintigdelig universum van vormpjes, alfa-beestjes, zoals Raymond Queneau ze noemde, die een eigen leven leiden: weglopen, springen, zich oprollen, zich uitrekken, een luchtsprong maken.

Queneau deed deze uitspraak in van de leukste boeken over dit onderwerp, getiteld: La lettre et l'Image van Massin: een schatkamer van alles wat letters hebben ontketend in de handen van de verbeelding. Er zijn poezen-letters, boze, blije en bevroren letters, marcherende en dansende letters, alfabetten waarin elke letter een eigen klein drama'tje verbeeld, letters gebouwd van gebruiksvoorwerpen, en van menselijke figuurtjes. Er is een E die een A opeet, zittend aan een T, er zijn letters die dansen met zichzelf of zichzelf een hand geven omdat ze uit twee figuurtjes zijn samengesteld.

De alfabetische wereld kent zelfs een schaduw-wereld van pornografische letters, opgebouwd uit mensjes die alles in het werk stellen om zich met elkaar te verenigen tot iets leesbaars. Soms is dat gemakkelijk (de X), de K gaat ook nog wel, maar wat te denken van de O, de P, de Z?

Het meisjesalfabet van Beeke is zo kuis als een alfabet kan zijn dat is opgebouwd uit louter naakte meisjes, maar het past natuurlijk wel helemaal in de wereld die hier wordt geschetst. Opwindend en beschaafd moest het worden, vertelt Anthon in een interview. En dat is het ook. Het teert, net als het nog veel kuisere New Alphabet van Wim Crouwel op de onbedoelde vorm-kant van de letter: het feit dat letters niet alleen iets betekenen maar ook een eigen leven kunnen leiden, als je ze de kans maar geeft. Je kunt er van alles mee doen. Crouwel en Beeke zoeken allebei de extremen op in hun manipulatie en exploratie van de nog net leesbare letter , al gaan ze precies een andere kant op. Crouwel wilde vooruit met zijn letter, de toekomst in die volgens alle heersende dogma's strak was, laserschoon en van een digitale precisie ook al was dat begrip toen nog niet zo ingeburgerd als nu, en waren computers enorme machines in speciale kamers waar niet iedereen bij kon, voor speciale doeleinden. Voor Anthon gold iets anders. Zijn meisjesletters en jongenscijfers zijn eigenlijk zo oud dat de weg naar Rome er mee geplaveid zou kunnen zijn. Al tussen de kalligraferende monniken de twaalfde eeuw waren er grappenmakers die beginletters maakten in de vorm van een slang die een vis opeet, of een konijn gedragen door een hert, of een mannetje dat een ander mannetje de hersens inslaat. De eerste menselijke alfabetten dateren uit de zestiende eeuw, en in de achttiende begonnen ze de raarste activiteiten te ontplooien. En in de vroege twintigste eeuw waren er de prachtige, elegante showletters van Erté letters die niets hoeven te betekenen om ons te vermaken en op te vrolijken. Dat geldt ook voor Anthons meisjesletters. Je kijkt er naar en je verwondert je over hun ingenieusheid, sierlijkheid en grappigheid, niet anders dan je doet bij de letters van die vrolijke middeleeuwse kalligrafist.

Er is ook nog een andere eigenschap waarin Anthons letter - en zijn latere cijferreeks van prachtige donker gekleurde mannen - doet denken aan monnikenwerk, en dat andere bestaat in de manier waarop hij is gemaakt. Want deze letters zijn geen collage van op de computer in elkaar gepuzzelde vormpjes, het zijn echte gefotografeerde taferelen. In het tijdperk van de photoshop is het niet meer voorstelbaar wat erbij komt kijken om zoiets in elkaar te zetten. Zo mochten de meisjes van het dansgroepje 'Kunst Vaart Kracht' niet in de zon te gaan liggen braden, omdat immers de mooie egaliteit van de letters verloren zou gaan in een zootje van witte bikinistrepen.

In het boek La Lettre et l'Image noemt Queneau een geheim genootschap genaamd de S.P.O., dat zich inzet voor het behoud en de verbetering van het alfabetische ras: La Société Protectrice de l'Alphabet. Ik stel me voor dat de mesdames en de messieurs van de Société zich bezighouden met het testen en beproeven van letters op hun toelaatbaarheid in de letterhemel. Sommige letters verliezen hun kracht; er komen andere overheen die hetzelfde principe huldigen maar nog mooier gemaakt zijn. Van de Crouwel-letter kun je zeggen dat hij hem heeft uitgevonden, waardoor de navolgers (hele Sovjetlegers van strak gereglementeerde brildragende schreeflozen) er achteraan marcheren zonder hun grote voorloper in te halen. Sinds Anthons meisjes-Baskerville het licht zag is er vast een wereld van gefotoshopte kloontjes opgestaan, in het kielzog van de verbluffend precieze imitatie van Vanessa Beecroft voor Louis Vuitton. Maar imitatie is de eerlijkste vorm van vleierij, en als de S.P.O. een knip voor zijn neus waard is, aarzelt het geen moment. De levende letter van Anthon kent geen gelijke. Daarbij is het een uit echt mensenvlees geboetseerd monument voor zijn hele ontwerpfilosofie: eerst het leven, dan de rest.