Streven naar volmaaktheid

Uit Kunstschrift "Rafael. Schetsen en studies" nummer 4, 2012.
> Bestel nummer

Soms kan de gelijktijdigheid van dingen je een schok bezorgen, of een bijzonder inzicht in de verhoudingen van een periode.

Zo is er bij voorbeeld het feit dat Rafael een tijdgenoot is van Luther. We hebben het hier niet over twee willekeurige grootheden op het Europese toneel van de vroege zestiende eeuw. En van de pausen die zo'n belangrijke stem hadden in de mooiste werken van Rafael was dezelfde Leo X tegen wie Luther zijn vijfennegentig stellingen poneerde. Je kunt het nog duidelijker formuleren: met het geld dat de paus binnenhaalde met zijn aflaten, betaalde hij kunstenaars als Rafael om zijn privévertrekken te decoreren. En het is zelfs zo dat het grote meesterwerk, de School van Athene, dat Rafael maakte voor de pauselijke bibliotheek (later bekend als de Stanza della segnatura, de kamer waar de paus zijn documenten ondertekende), zonder die wel heel dubieuze geldstroom waarschijnlijk niet zou zijn gemaakt.

Het idee dat goede kunst ook politiek iets goeds nastreeft dateert van ongeveer honderd jaar geleden. Voordien was doorgaans het tegendeel waar: om kunst te maken had je opdrachtgevers nodig, liefst rijke en machtige. Naar de herkomst van dat geld of die macht vroeg je niet. Als een kunstenaar moest uitbeelden dat zijn opdrachtgever een godvrezend en nobel man was, ook al was hij een moordenaar of een bedrieger, dan deed hij dat.

Rafael is een sterk voorbeeld van deze koude waarheid. De befaamde Baldassare Castiglione wiens "Hoveling" (Il libro del Cortegiano) nog steeds geldt als prototypisch renaissancistisch etiquetteboek voor hofbewoners, neemt Rafael als voorbeeld van een kunstenaar die het disegno, de combinatie van tekenkunst en ontwerp, als geen ander beheerste. Disegno was iets dat elke hoveling moest beheersen, in het leven én in de kunst. Omgekeerd streefde de innemende Rafael ook zeker naar de status van hoveling, tot aan de bovenste trede: die waar paus Leo X en zijn kardinalen zetelde. En in zijn befaamde Stanze, de kamers van de paus, schilderde hij niet alleen die prachtige, duurbetaalde "School van Athene" maar ook een reeks levens van pausen en een keizer. Toen Julius II stierf en plaats maakte voor Leo X verving Rafael het gezicht van Julius door dat van zijn nieuwe broodheer.

Michelangelo, die dezelfde heren diende en Rafaels eeuwige tegenhanger was in zaken van stijl, bakte het nog bruiner. Die ontwierp onder meer een grafmonument voor paus Julius II, gedragen door, ach waarom niet, stervende slaven.

Maar de Rafael die ons vooral interesseert is de kunstenaar die al jong bekend werd om de uitzonderlijke gratie, virtuositeit en lieflijkheid van zijn kunstzinnige genie. Hij begon als leerling van de Umbrische meester Pietro Perugino, die zelf zeer gezocht was om de devote gratie van zijn maagden. Perugino had een groot atelier en maakte vele honderden van die maagden, die allemaal familie van elkaar zijn. Over deze Perugino's schrijft E.H. Gombrich met de hem typerende mildheid in zijn nog steeds zo mooie en leesbare The Story of Art, dat we er een beetje genoeg van krijgen als we ze in rijen tegenkomen in een museum, maar dat ze zo natuurlijk ook niet bedoeld waren.

In elk geval is het duidelijk dat hier de basis werd gelegd voor de stijl die Rafael beroemd zou maken. Hij beheerste dat recept alweer onvergelijkelijk veel beter dan Perugino, zoals je ziet wanneer je zijn madonna's weer eens aandachtig bekijkt: vaak zijn ze prachtig, die uitgebalanceerde, in zichzelf opgaande duo's. Rafaels variaties op een toen al uiterst beproefd thema werden generaties na hem de maatstaf voor volstrekte harmonische schoonheid. Voor ons, die in de kunst niet per se zoveel prijs meer stellen op die eigenschap lieflijkheid is het niet meer zo eenvoudig te zeggen waar de uitzonderlijke kwaliteit van die voorstellingen in schuilt. Een probleem te meer in de waardering vormen de honderdduizenden navolgers en reproducties die met Rafael wedijverden om nog meer zoete bevalligheid, en aldus het zicht benemen op de ernstige, ovale Rafael-Madonna's met hun innemende Jezus-peuter. Zo is er op dit moment in Dresden een tentoonstelling gemaakt rondom het kostbaarste bezit van de Gemäldegalerie Alte Meister, de zogeheten Sixtijnse Madonna: met haar opbollende sluier was zij vroeger in menige rooms-katholieke huiskamer de Maria aller Maria's, een wonderverschijning zonder weerga, al legt zij het in beroemdheid nog af tegen de twee engeltjes die als op een cafebar onder aan de beeldrand hangen. Die komt zelfs de grootste kunsthater vroeg of laat tegen, op een dienblad, een placemat of een poesieplaatje.

Beroemd, devoot, en ongelooflijk duur. Maar waarin schuilt de kunstzinnige grootheid? Ik denk dat het, in ons goddeloze tijdperk van de mechanische reproduceerbaarheid, moeilijker dan ooit is om daar nog een fris oordeel over te vormen.

En hier, voor een werkelijk hernieuwd begrip van wat Rafael vermocht, komen de tekeningen ons te hulp. Er zijn er plusminus vijfhonderd bewaard gebleven, wat veel is gezien het feit dat hij jong stierf, en dat papier in zijn tijd kostbaar was. Het zegt ook iets over de aard van zijn succes dat die tekeningen zijn hele loopbaan bestrijken, van de eerste stappen als zestienjarige in het atelier van Perugino tot aan zijn voortijdige dood in 1520.

Dankzij hun grote spreiding in tijd en hoeveelheid vertellen ze veel over hoe hij te werk ging en waarin hij zich onderscheidt van tijdgenoten zoals zijn grote voorbeeld en rivaal Michelangelo. Maar wat Rafaels tekeningen bovenal ongelooflijk mooi laten zien is de weg die hij in zijn korte leven heeft afgelegd, van de eerste ontroerende pogingen om een man overtuigend op twee benen te laten staan tot aan de fenomenale studies voor de sibyllen in de Chigi-kapel in de Santa Maria della Pace in Rome. Blad na blad zie je hoe hard hij werkte en hoe verbluffend goed hij werd. Misschien wel de allermooiste getuigenissen van dat gestage, volhardende streven naar perfectie zijn de bladen waarop hij een motief herhaalde: een houding, een arm, een hand of een voet, net zo lang tot het precies de vorm had die hij wilde. De kunst verandert, telkens opnieuw. Maar er zijn dingen die hetzelfde blijven, en dit, dat herhalen en volharden, net zo lang tot het goed is, is er een van.