Het eenzame meesterwerk
Het eenzame meesterwerk in een schildersoeuvre is een zeldzame verschijning in de kunstgeschiedenis. Het Keitelemeer van de Finse kunstenaar Axel Gallen is er zo een, een eenling die onmiddellijk opvalt, zonder gelijken. Gallen was een boeiende figuur, een schilder met een breed oeuvre die rond de vorige eeuwwisseling een extreem dubbelleven onderhield, vol projecten, reizen en prijzen, afgewisseld door verblijven in de doodstille weidsheid van de Finse natuur. Hij was daar ook toe veroordeeld, de Finse verbeelding vormde zijn niche, in de extreem competitieve kunstwereld van de late negentiende eeuw. Net als Van Gogh, Gauguin en veel andere tijdgenoten begreep hij dat hij moest werken aan een eigen imago om zich een plaats te veroveren in het toen al enorme Europese kunstaanbod. Van Gogh had zich al vroeg de rol van volksschilder en brenger van troost toegeëigend, Gauguin koos voor die van nobele wilde die zijn comfortabele leven verruilde voor de puurheid van de Stille Zuidzee.
In die lijn ontwikkelde Gallen zich tot een specialist in voorstellingen met een uitgesproken Fins karakter. Wat Sibelius deed voor de muziek, wilde hij doen voor de kunst: Finse boeren, Finse landschappen en Finse mythologie, met een pantheïstische grondtoon. In Frankrijk, waar hij zijn opleiding kreeg, werd de keus voor zo’n nationaal stempel erg aangemoedigd. Gallen had er ook wel succes mee in zijn tijd, maar toch is het alsof hij zijn vorm nooit helemaal vond. Primitieve boerentaferelen, symbolistische fantasieën vol noordelijke mythologie, poolsneeuw, je ziet hem laveren door de mogelijkheden van het thema. Hij werkte hard, was technisch goed, kende zijn klassieken, maar er mist iets. Overtuiging misschien. Zelf voelde hij dat ook. Na een periode in Parijs waar hij minder welkom bleek dan hij had gehoopt, draaide hij zijn artistieke kompas rigoureus van noord naar zuid. In 1909 verhuisde hij naar Nairobi, waar hij impressionistische schilderijen met Afrikaanse motieven begon te maken. Misschien hoopte hij, als noorderling in Afrika, iets te realiseren volgens het recept van Gauguin, maar het kwam niet van de grond. Een tweede reset, in de Verenigde Staten als schilder van Amerikaanse indianen, strandde eveneens.
Gallen laat zien hoe moeilijk het is om een vorm te vinden waarin je je als modern kunstenaar consistent en tegelijk vrij kunt bewegen. Waarom lukt het de een wel, en de ander niet? Dat is een van de grote raadsels. Bij Gallen blijft alles een beetje nadrukkelijk. Door de verf heen zie je hem kalibreren.
En dan sta je tegenover dat meer. Niet zijn grootste of het meest spectaculaire schilderij, eigenlijk ook niet zo vreselijk Fins, maar volkomen origineel met die grijze strepen in het wateroppervlak. Het schilderij behoort tot de publiekslievelingen uit de National Gallery, en je snapt waarom. Het is volkomen vrij van bedoelingen, en het laat iets zien dat nooit eerder zo is geschilderd. De Amerikaanse criticus Clement Greenberg schreef in het essay Convention and Innovation (1976), “Sommige kunstenaars maken superieure kunst zodra ze het opgeven om daarnaar te streven”. Die opmerking vat de benarde positie van de eenzame kunstenaar op zoek naar zijn plek in de kunstgeschiedenis goed samen. Er moeten meer kunstenaars zijn zoals Axel Gallen, begaafde, ambitieuze mannen en vrouwen, die hun beste werk maken zodra ze de gedachte loslaten dat er iets uitzonderlijks gepresteerd moet worden.
Staande voor dat prachtige schilderij van een meer in Finland, te midden van dat zoekende oeuvre, begrijp je pas echt wat Greenberg bedoelde met kunstenaars die op hun best zijn als ze hun ambities loslaten. Het is een landschap zoals je dat wel vaker ziet: een spiegelend meer met een eilandje erin en een smalle strook lucht met wolken erboven. Wat het schilderij uitzonderlijk maakt, anders dan alle andere, zijn die rare horizontale stroken die de waterspiegel doorkruisen. Volgens het tekstbordje gaat het om stukken half gesmolten ijs, de catalogus benoemt de strepen als de sporen van een luchtstroom die in Finland is verbonden met een oude mythe. Maar het maakt niet uit, de onbestemdheid van de stroken draagt juist bij aan de overtuigingskracht en de eigenheid van het schilderij. Ze wekken de indruk van iets dat zichtbaar is, maar nog niet helemaal gedefinieerd. In de dagelijkse ervaring gebeurt dat vaak, zonder dat je erop let: een dood dier dat een tak blijkt te zijn, een luchtspiegeling, een windvlaag alsof iemand aan je jas trekt. In de schilderkunst is die vorm van associatieve waarneming zeldzaam want heel moeilijk te bereiken. Het neemt al gauw de gedaante aan van de nadrukkelijke symboliek, waar ook het oeuvre van Axel Gallen niet vrij van is. Maar het Keitelemeer is een vrijstaand meesterwerk. Niets eraan is nadrukkelijk. Alles klopt op die geheimzinnige manier waarop ook bij Van Gogh vaak alles klopt. Van Gogh wist dat te combineren met zijn artistieke missie, voor Gallen bleef het een probleem. Maar hij heeft tenminste één meesterwerk gemaakt, een toevalstreffer zonder vervolg, maar toch: een meesterwerk.
Echte eenlingen binnen een oeuvre zoals het Keitelemeer zijn zeldzaam, vermoedelijk omdat ze negen van de tien keer tot stof zijn vergaan, samen met het verdere oeuvre van de maker, dat net niet goed genoeg was om door musea te worden gekoesterd. Maar ze zijn er wel, en opmerkelijk genoeg, dan zijn het ook vaak publiekslievelingen; schilderijen waarvan wordt gehouden, door veel mensen. Dat geldt voor het Keitelemeer, dat normaal in het National Gallery in Londen hangt. Het geldt bij voorbeeld ook voor het schilderij Meisje op een rood tapijt van Felice Casorati, uit het Museum voor Schone kunsten in Gent.
Casorati was net als Gallen een interessante, ambitieuze kunstenaar, beslist geen prutser en ook succesvol in zijn tijd. Hij maakte naam met een vorm van afgedroogd, gereduceerd realisme dat in de eerste decennia van de twintigste eeuw populair was. Schilderijen die modern oogden, een beetje kubistisch en toch ook realistisch.
Maar Meisje op een rood tapijt is anders, gewoner en bijzonderder tegelijk. Het schilderij toont een kind dat zo’n beetje op de grond ligt, een ellenboog leunend op een kussen. Haar rechterschoenzool is zichtbaar. Alleen kinderen kunnen er zo bijliggen zonder dat iemand er wat van vindt. Ze is omgeven door een pop, een waaier, prentenboeken. Spulletjes. Haar hand op de rug van een kleine slapende hond. Het standpunt is laag en toch scheert onze blik boven de kruin van het meisje uit over dat beeldvullende tapijt. De buitenwereld doet zich alleen gelden in de vorm van lichtvlakken, net buiten de kring van het kind. Het meisje heeft ook een naam, Ada Trentino, dochter van een andere kunstenaar Attilio Trentino. Dit schilderij verbindt zich met geen enkele tijdgenoot van Casorati, het verbindt zich ook niet echt met de stromingen van zijn tijd. Het is gewoon, vaardig geschilderd maar er is geen ander schilderij waarop een mensenkind er zo bijligt, en geen schilderij waarin een tapijt zoveel bandbreedte krijgt. Het draagt niets uit, buiten de kleine wereld die het vertolkt. Het is op een volkomen impliciete manier origineel, en het is perfect in zichzelf. Dit effect van impliciete compleetheid kom je vaker tegen bij portretten, en ook bij portretten van kinderen, misschien omdat de kunstenaar in dat gezelschap minder over zijn schouder keek.
En dat lijkt ook het geval bij dat meer in Parijs. Het verhaal gaat dat Gallen een tijdje was neergestreken aan de oever van dat meer, om bij te komen van zijn rusteloze leven. En toen moet hij iets hebben gezien dat hem direct raakte en dat hij kon vertalen in een schilderij: strepen van ijs, of wind, of allebei. De kunstwereld met zijn eisen en directieven was ver weg.
Er was een kunstenaar, en er was dat meer.
Axel Gallen, leest de signatuur linksonder. Drie jaar later veranderde hij zijn naam in Akseli Gallen-Kallela, omdat dat Finser klonk. In 1931 stierf hij in Stockholm aan longontsteking, met achterlating van dat wijdvertakte en ook een beetje krampachtige oeuvre. Maar zijn ene echte meesterwerk ontstond toen hij even van het podium was gestapt. Zelf besefte hij kennelijk ook dat hij iets buitengewoons had voortgebracht, getuige het feit dat hij er nog vier kopieën van maakte.